Interessant om te zien hoe men via sociale media ineens met de gedachten van een ander geconfronteerd kan worden. In een associatiereeksje met beschrijvingen van populaire snacks waarbij een frikandel met teveel mayonaise de term ‘frikandel ejaculatie’ werd gebruikt, gingen mijn gedachten naar een nog veel meer bizarre omschrijving uit de jaren tachtig. De frikandel speciaal werd toen vrij gangbaar ‘open ruggetje’ en ook wel ‘open been’ genoemd.
Voor een meelezer van de schrijfster waar ik op reageerde was daarmee echter gelijk de maat vol, wat ze met een verwensing duidelijk maakte. Ik pareer zoals gewoonlijk verwensingen met een ondergravende opmerking, waarmee de verwenser weet dat ie niet aankomt. Twintig jaar sociale mediaervaring zegt mij dat dit meestal al het gewenste effect heeft en dat men het daar bij laat.
Een dag later blijkt deze respondent de handschoen echter te hebben opgepakt en meent dat ik mensen kwets met een dergelijke betiteling van de naar mijn smaak toch best te overwegen snack. Ik zou toch beter moeten weten dan dergelijk taalgebruik. Ik legde mijn gedachtenstroom uit en meldde dat het een vrij gangbare expressie in de volksmond was. Dat werd afgedaan als verzinsel en het vergelijk werd getrokken met racistische expressies. Kortom, aan mijn wereldbeeld en morele overwegingen mankeerde wel het een en ander, want ze had iemand met Spina Bifida van dichtbij meegemaakt.

Nu heeft een goede vriend van me recentelijk voor de zoveelste keer het ziekenhuis verlaten wegens deze onvolkomen neurale groeiwijze en ik ken zijn gevoel voor humor wel aardig. Ik meldde dan ook dat het toch geen algemeen gevoel is wat ze omschreef en dat hij hartelijk zou kunnen lachen om dergelijke terminologie. Ondertussen werd mijn reactie ge-retweet door mijn respondent. Ik retweet eerlijk gezegd alleen wat ik kan waarderen, dus ik was hogelijk verbaasd.
Er kwam ineens commentaar van een ander en mijn respondent kreeg een aantal likes voor haar argumenten. En toen ging mij een lichtje branden ten aanzien van die re-tweets. Ach gos… de arme ziel had de hulptroepen ingeschakeld. Toch was er kennelijk te weinig brandstof. Want behalve wat herhaling van stappen bleef het bij de behoefte om rekening te houden met andermens gevoel als je wat schrijft. De respondent zag het ook gebeuren en vertelde mij dat het onderwerp nu wel genoeg was besproken. Wij zouden niet nader tot elkaar komen, volgens haar.
Ik ben daar maar niet op in gegaan. Ik schrijf om mijn mening ergens over te geven, maar beslist niet om bruggen te bouwen en laat staan de ander te overtuigen. Daarvoor moet de ander die behoefte hebben en dat maken ze zelf wel uit. Dan moet je echter wel gewoon kunnen zeggen wat je op je hart hebt, en associaties kunnen ventileren zoals je ze ook ervaart. Wat heb je er aan als je iets wilt duidelijk maken en je kunt de woorden ervoor niet gebruiken binnen die context, omdat ze in een heel andere context nare gevoelens opwekken bij een selecte groep?
Natuurlijk zou ik in een persoonlijk gesprek met deze respondent ten gunste op eieren gaan lopen. Dat is ook nog wel te doen. Maar op een openbaar medium als twitter kun je elkaar geen grenzen stellen bij een niet op de persoon gerichte discussie als het gaat om woordgebruik. Dat is naast symboolbestrijding een grenzenloos proces. Je wilt uiteindelijk gewoon uiten wat je ergens over denkt. Als je dan een vervangend woord hebt gevonden, wordt dat vanzelf weer taboe, door hen die de gedachte zelf niet kunnen verteren.
Gedachten kun je niet bestrijden. De volgende stap is dan mensen met die gedachten bestrijden? Dat deed de mensheid al eerder. De spreekwoordelijke glibberige helling.

