Het laatste natuurkundige fenomeen wat ik met mijn vader deelde was kookvertraging. Het laatste woord wat hij leerde was een eigennaam, namelijk de ampersand. Dat eerste was in de laatste maanden en het tweede in de laatste dagen van zijn leven. Zijn nieuwsgierigheid deel ik met hem, ook al was hij meer van praktische kennis en ik van theoretische.
Eigenlijk was ik er veel te laat achter dat hij best goed kon sparren met dit soort dingen. Ons beider eigenwijzigheid zat helaas in de weg. Anderzijds had ik misschien nooit doorgehad, dat leren niet het wedijveren om kennis hoeft te zijn. Het heeft me een ijzeren geduld opgeleverd en het besef dat hij nooit echt zijn potentiaal bereikte, omdat de mens elkaar tegenwerkt.
Die instelling heb ik nu eigenlijk met de hele wereld. Eigenwijs zijn is een goede zaak, maar niet bij het begeleiden van anderen. Doe dingen zoals je zelf goeddunkt, maar geef de ander de ruimte om te overwegen. Communiceer je positie. En als het geen spel is, dan is competitie volkomen nutteloos. Alleen je doel bereiken is nuttig. Daar beland je sneller als je het samen doet.

